Sculptuur van de maand
Elke maand schenken we aandacht aan één sculptuur en beeldhouwer in Nederland. Uit de openbare ruimte, privé collectie of musea. We lichten de sculptuur en biografie van de beeldhouwer toe en laten we zien hoe divers de Nederlandse beeldhouwkunst is. Ter inspiratie, hoop of misschien wel troost.
juli 2024
Johannes van der Ven
Eva in Bekoring – 1841
Johannes van der Ven – Eva in Bekoring – 1841
De Bossche beeldhouwer Johannes van der Ven maakte zijn meesterwerk ‘Eva in Bekoring’ in 1841 in Rome. Het neoclassicistische beeld is een uitbeelding van Genesis 3:1-6. Eva kijkt over haar rechterarm naar beneden naar een slang die een appel in zijn bek heeft. De slang, symbool van het kwaad, biedt Eva de appel aan van de boom der kennis. God had Adam en Eva verboden van deze boom te eten. Eva zit op een rotsplateau met haar rechterbeen opgetrokken en haar linkerbeen is gestrekt en licht naar buiten gekanteld. Haar rechterhand raakt bijna haar oor waardoor haar arm een beschermende of terugwijkend gebaar maakt.
Sinds lange tijd is er nauwelijks aandacht voor deze periode (19e eeuw) in de beeldhouwkunst omdat het ‘slechts’ een navolging van de klassieken zou zijn. Van der Ven werd succesvol omdat hij een eigen manier van werken binnen de neoclassicistische stijl wist te hanteren. Net als Canova en Thorvaldsen, de belangrijkste beeldhouwers van die tijd. ‘Eva in bekoring,’ gaf hij zo weer dat het veel bewondering opleverde. Het beeld wordt met strakke contouren en fraai modelleerwerk vorm gegeven en voldeed hiermee aan de heersende smaak en opvatting van die tijd. Daarnaast is een dergelijk beeld met dit onderwerp in Europa niet te vinden. Deze manier van werken in combinatie met zijn gedegen reputatie zorgde voor zijn artistieke en financiële succes in Rome.
Naast de bronzen ‘Eva in bekoring’ zijn een voorstudie in terracotta (1836) bekend, twee uitvoeringen in gips (1837) en drie uitvoeringen in marmer (1841 e.v.). Het eerste gipsen model werd tentoongesteld in Rome waarna Van der Ven de opdracht kreeg om het in marmer uit te voeren voor de Russische Gravin Orlova. Het staat nu halverwege de grote trap in het Fabergé Museum in het Shuvalov Paleis St. Petersburg. Het marmeren beeld is een grotere versie dan de gipsen of bronzen versie. Het tweede gipsen beeld werd tentoongesteld op de Tekenacademie in Den Haag waar koning Willem II vervolgens een even grote marmeren versie bestelde. Dit beeld stond tentoongesteld in de privé galerie op paleis Kneuterdijk (nu: Raad van State) in Den Haag. Van der Ven werd als dank geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Nadat koning Willem II overleed en grote schulden bleek te hebben, werd ‘Eva in Bekoring’ en de hele kunstcollectie geveild. Daar zaten werken bij van: Jan van Eyck, Hans Memling, Rembrandt, Rubens, Titiaan, Michelangelo, Rafaël, Dürer en Poussin. De tweede uitvoering in marmer bevindt zich nu dan ook in een privé collectie in Bootle, Engeland maar is tentoongesteld in het plaatselijke gemeentehuis. Zijn meesterwerk is pas in 1987 in brons gegoten in opdracht van de vrienden van het Noord-Brabants Museum. Rond die tijd opende het museum een nieuwe vleugel en ter ere hiervan werd het beeld in brons vervaardigd. Ze waren zich bewust hoe belangrijk deze vergeten beeldhouwer eigenlijk destijds was.
TECHNIEK
Beeld:
Carrara Marmer
Afmetingen:
104 x 69 x 133 cm
Plaatsen:
Bootle – Engeland
St. Petersburg – Rusland
Den Bosch – Nederland
Terracotta model – 1836
Eva in Bekoring
St. Petersburg
1841
Eva in Bekoring
Bootle – Engeland
1841
Eva in Bekoring
Bronzen versie – 1987
Den Bosch
Bio Johannes van der Ven (1799-1866)
Johannes van der Ven werd geboren in 1799 in ’s Hertogenbosch en was een van de eerste leerlingen op de kunstacademie die door het Franse regime was opgericht. Hierna vertrok hij naar de academies van Antwerpen, Brussel en later Parijs. Hij kreeg o.a. les van J.F. van Geel en Godecharle die weer de leermeester was van Louis Royer. Deze laatste is de maker van de standbeelden van Michiel de Ruyter in Vlissingen en het Rembrandt beeld op het Rembrandtplein in Amsterdam. Van der Ven zou zijn leven lang strijden met Louis Royer om de grote openbare opdrachten. Diverse malen zond Van der Ven beelden in bij de zgn. Salons, of deed mee aan de Prix de Rome. De eerste Prix de Rome in Amsterdam verloor hij onterecht van Royer omdat de jury de voorzitter overrulede. De tweede Prix de Rome in 1830 in Antwerpen won hij wel maar pas na vier jaar kon hij veilig naar Rome vertrekken vanwege de afscheiding van België.
In Rome kwam hij in contact met de grootste neo klassieke beeldhouwers van zijn tijd als Canova en Thorvaldsen. Van die laatste is bekend dat hij zijn collegae graag op het goede artistieke spoor zette. Van der Ven heeft geen les van hen gehad maar overleg of contact moet er zeker zijn geweest. Zijn eerste meesterwerk maakte hij in Rome waar de Bredase huisarts dr. Wap in een dagboek van zijn Grand Tour melding van maakte. Thorvaldsen moedigt Van der Ven aan om het gipsen model in marmer uit te voeren en de ‘Eva in bekoring’ wordt hiermee zijn doorbraak. Mede hierdoor keert hij tijdelijk terug naar Nederland en probeert mee te dingen naar de opdracht van het bekende Rembrandt beeld in Amsterdam. Maar ook deze opdracht gaat aan hem voorbij waarna hij teleurgesteld weer terugkeert naar Rome voor een tweede periode. Deze zou door de vele particuliere opdrachten als portretten en grafmonumenten zeer succesvol zijn. Rond 1848 wordt het door de revolutie te onrustig in Italië en keert Van der Ven definitief terug naar Den Bosch. Hij krijgt de opdracht om 14 beelden, w.o. de 12 apostelen, te maken voor het hoogkoor van de St. Jan. Die staan er nog steeds. In 1858 wordt hij directeur van de kunstacademie die hij als leerling bezocht. Hij zou diverse malen proberen een grote publieke opdracht binnen te halen maar die gingen vrijwel allemaal naar Louis Royer. Van der Ven ontwikkelde zich meer als portret specialist. Royer was echter de beeldhouwer des Koning was maar wie maakte de meeste portretten van koning Willem II, koning Willem III, hun echtgenoten en diverse kinderen? Dat was juist Johannes Van der Ven! Enkele van deze portretten bevinden zich in de collectie van paleis het Loo. Van der Ven overleed onverwacht in 1866 tijdens het plaatsen van een levensgrote piëta in de kerk van De Mortel bij Gemert. De beeldhouwer liet zijn vrouw Elisabeth van den Eijden meerdere beelden, drie panden in Vught en Den Bosch, en een grote som geld na. Dat is niet slecht voor een beeldhouwer die hierna helaas compleet is vergeten.





