Sculptuur van de maand

Elke maand schenken we aandacht aan één sculptuur en beeldhouwer in Nederland. Uit de openbare ruimte, privé collectie of musea.            We lichten de sculptuur en biografie van de beeldhouwer toe en laten we zien hoe divers de Nederlandse beeldhouwkunst is. Ter inspiratie, hoop of misschien wel troost.

juni 2024

Praalgraf Anna van Ewsum
en twee echtgenoten

1664-1669

 

Rombout Verhulst – Praalgraf Anna van Ewsum met twee echtgenoten. 1664-1669

In Nederland zijn er door de eeuwen heen meer dan 120 praalgraven gemaakt en dat in een land zonder marmer. Een van de meest bijzondere is het praalgraf in Midwolde (Gr.) voor een aristocratische weduwe Anna van Ewsum en haar twee overleden echtgenoten. Ze was vermogend en eigenaar van de Ommelanden. Een gebied dat nu ongeveer de huidige provincie Groningen beslaat. Ze trouwde in 1657 met Carel Hieronymus Baron von Inn und Knipphausen. Hij was gedeputeerde voor de Staten Generaal in Den Haag maar overleed in 1664 op 31- jarige leeftijd tijdens een terugreis van Vlaanderen naar Den Haag / Midwolde. Al zes weken na het overlijden van Carel bestelde ze een praalgraf bij dé beeldhouwer uit die tijd: Rombout Verhulst.
Ze spraken af dat hij een praalgraf zou oprichten voor fl. 7500,-. Een vermogen in die tijd, al betaalde ze alles in delen. Het ontwerp is markant maar een levende vrouw op een praalgraf was al eerder te zien in Katwijk bij een praalgraf voor Baron van Lyere in 1663.
Van Ewsum moet kennis hebben gehad van dit Katwijkse monument of kende de opdrachtgeefster Maria van Reygersbergh via hun mannen die in de de Staten Generaal zaten. Beide praalgraven hebben een slapende man (gisant) met een levende vrouw die het werk van de overleden man voortzet (gisant au vif). De details bij Anna van Ewsum zijn echter nog opmerkelijker. Verhulst laat de traditionele weergave van een man in een militair tenue varen en kiest voor een slapende man op een rieten mat in een kamerjas die ook wel een ‘Japanse Rok’ werd genoemd. Zijn handen liggen over elkaar en hij draagt een slaapmuts. Daaronder is een kussen met kwasten te zien zoals bij de pauselijke graven in Rome. Op de rand van het kussen, staat heel zelfbewust zijn signatuur: R: Verhulst. Anna heeft een nachtjapon aan met een opvallend decolleté en haar linkerhand rust op een zandloper. Deze heeft aan weerszijden twee vleugels. Van een vogel en een vleermuis. Dit staat symbool voor het leven en de dood die in combinatie met rotsvast geloof in God (zie de bijbel onder haar arm) de wonden van het verlies van een partner kan helen.
De rechterarm van Anna ligt op haar zij maar haar duim en wijsvinger maken een rondje dat stond voor een zegeningsgebaar. Ander mooi detail is het engeltje aan de rechterkant. Zijn voet staat op een schedel en laat daarmee zien dat de dood is overwonnen. In zijn linkerhand draagt hij een ronde spiegel maar wendt zich af. Spiegels waren symbolen voor positieve begrippen als Voorzichtigheid (Prudentia) en Waarheid (Veritas) maar het kon ook negatief worden uitgelegd. Dan stond het voor Bedrog (Fraus) of IJdelheid (Vanitas). Hier staat het voor het positieve: dat Anna zich herenigt met haar echtgenoot in het hiernamaals en niet stil staat bij ijdelheid of aardse verleidingen. Aan de andere kant van het monument stond een engeltje of putto met een omgekeerde toorts en zeis. Dit stond voor de onvermijdelijke dood. Om de arm zit een (deels afgebroken) slang die in zijn staart bijt. Een zgn. ouroboros,  die staat voor de cirkel van het leven. Doordat Anna hertrouwde met een achterneef van haar man en ook deze man eerder overleed, moest de putto plaats voor hem maken. Het staat nu in de collectie van het Groninger Museum. De staande man in de praalgraf is Georg von Inn und Kniphausen en niet gemaakt door Rombout Verhulst maar zijn leerling en latere concurrent Bartholomeus Eggers.
Op de achtergrond maakte Verhulst een cartouche met Latijnse tekst (namen en afkomst) die wordt gedragen door vier engeltjes. Ze wordt omringd met een serie van 32 (!) wapenschilden die de bezittingen of heerlijkheden weergaven. Soms werden er zelfs buitenlandse adellijke titels gekocht om je afkomst extra gewichtig te maken. Door deze wapens zo te presenteren en een praalgraf aan te schaffen kon de elite zich spiegelen aan de oude adel. Verhulst toont zich met dit praalgraf niet alleen een innovator, door de vrouwen op een dergelijke manier af te beelden laat hij ook zien hoe groot de rol van vrouwen was in de 17e eeuw als opdrachtgever in de kunst.

Bronnen: Stefan Glasbergen, Rombout Verhulst 1624-1698, beeldhouwer in de lage landen. Uitgeverij W books, Zwolle 2024.

Frits Scholten, Sumptuous Memories. Studies in seventeenth-century Dutch tomb sculpture. Waanders, Zwolle 2003.

TECHNIEK

Beelden en tombe:
Carrara Marmer & Toetssteen

Plaats:
NH Kerk Midwolde (Gr.)

Praalgraf Baron van Lyere – Katwijk – 1663

Details: zandloper, putto en kussen.

Putto met zeis, omgekeerde toorts en ouroboros
(slang om arm)

Bovenaanzicht praalgraf met tweede echtgenoot (links)

Biografie Rombout Verhulst (1624-1698)

We hebben geen overgeleverd portret van Rombout Verhulst. Het is wel gemaakt door Bartholomeus van der Helst maar sinds een veiling in de 18e eeuw spoorloos. Daarom een afbeelding van een ander weergaloos praalgraf van zijn hand: Michiel de Ruyter in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Rombout Verhulst werd geboren in Mechelen en groeide op in een roerige periode in Vlaanderen. Zijn leertijd was daar tussen vele toonaangevende kunstenaars als Francois van Loo, Lucas Faydherbe en Peter Paul Rubens. Later werkte hij vooral in de Noordelijke Nederlanden in steden als Leiden, Amsterdam, Den Haag en had diverse rijke particuliere opdrachtgevers die portretten en praalgraven in marmer bij hem bestelden. Recent is er een prachtig boek over Rombout Verhulst verschenen. Geschreven door Stefan Glasbergen dat zeer de moeite waard is. Het boek laat zien dat deze beeldhouwer uit de 17e eeuw ten onrechte in de vergetelheid is geraakt.

Naast zijn werk aan de Leidse Waag maakte hij zelfstandig sculpturen voor het Paleis op de Dam, en dat terwijl de leiding in handen was van een andere grootheid: Artus Quellinus. Dat zegt wel iets dat hij die artistieke vrijheid toen al had. Verhulst is vooral bekend geworden door de vele praalgraven die hij voor rijke particulieren en zeehelden maakte. Denk hierbij aan het monumentale praalgraf van Michiel de Ruyter in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Of het praalgraf van Maarten Tromp en Piet Hein in de Oude Kerk van Delft. Die laatste wordt momenteel gerestaureerd. Of die van Baron van Lyere en zijn vrouw Maria van Reygersbergh in Katwijk en Johan Polyander in de Pieterskerk van Leiden?  

Verhulst was geen grote vernieuwer, in die zin dat hij brak met de classicistische traditie van zijn grote voorgangers als Bernini en Quellinus. Hij onderscheidde zich meer met net even andere details, compositie of meer ongedwongen afbeeldingen van personen en engeltjes. Hij slaagt er zelfs in om bij gestorven zeehelden een soort rust te creëren en het marmer zo te bewerken dat het net lijkt alsof de zeeheld niet in de tombe ligt, maar meer levensecht er bovenop.