Sculptuur van de maand
Elke maand schenken we aandacht aan één sculptuur en beeldhouwer in Nederland. Uit de openbare ruimte, privé collectie of musea. We lichten de sculptuur en biografie van de beeldhouwer toe en laten we zien hoe divers de Nederlandse beeldhouwkunst is. Ter inspiratie, hoop of misschien wel troost.
november 2025
Joseph Mendes da Costa
De Dingen des Leven – 1905-06
De Dingen des Leven – 1905-06
De Jumbo (voorheen Intertoys) met de mooiste gevel in Nederland ligt ongetwijfeld aan het Damrak 28-30 in Amsterdam. Het doet een beetje vreemd aan als je er langs loopt. Zes hardstenen beelden uit een vervlogen tijd die het koopjespubliek gadeslaan. Wat velen niet zullen weten: Ze drukken allemaal morele waarden uit die aansloten bij de opdrachtgever: Verzekeringsmaatschappij De Utrecht. De architecten waren A.J. Kropholler en J.F. Staal die een sobere, ambachtelijke architectuur nastreefden en in Amsterdam zou uitgroeien tot de Amsterdamse School. Zij nodigden Joseph Mendes da Costa uit om de gevel sculpturaal te verrijken.
De zes beelden aan de eerste verdieping heten: De dingen des levens. Elk stelt een allegorie voor. Van links naar rechts: Beschermende Liefde – Een vrouw beschermt haar baby in de plooien van haar mantel. Naast haar knielt een vrouw met een zon achter haar boven de deur. Het is de Treurende weduwe. Daar had je als verzekeringsmaatschappij natuurlijk regelmatig mee te maken. Hierna een vrouw met een spaarpot in haar hand. Zij staat voor de Spaarzaamheid. De enige man in de beeldenreeks staat voor de Wijsheid die het kwaad overwint. We zien een man met een boek onder zijn arm die een vastgebonden monster in bedwang houdt. Als laatste beeld aan de voorkant is een vrouw met kameleon in haar handen waar een zandloper voor staat. Zij staat voor de Wisselvalligheid. Exemplarisch voor het leven. Om de hoek van de gevel in de Karnemelksteeg zien we een vrouw met een hondje om haar rechterarm: De Waakzaamheid. Het zijn geen karikaturen maar verhalende personificaties die passen bij het beeld dat een verzekeringsmaatschappij wilde uitstralen. Deze sculpturen – allegorische figuren en een stoet van dieren bovenin de gevel– behoren tot de meest geraffineerde voorbeelden van toegepaste beeldhouwkunst in Amsterdam. Ze tonen de ambitie van een tijdperk waarin kunst, architectuur en maatschappelijke idealen nauw met elkaar verweven waren en zodoende werden toegepast. Denk maar aan Berlage en later Hildo Krop.
Mendes da Costa, gevormd binnen de vernieuwingsbeweging rond de Amsterdamse School en het Ambachtsatelier van De Bazel, wist als geen ander hoe je abstracte begrippen overtuigend lichamelijk kon maken: ingetogen gebaren, gesloten vormen, en een monumentale rust die past bij de schaal van de gevel. Het gebouw is bekleed met Zweeds groen marmer en natuursteen. De soberheid van de materialen – grijs, koel, gewogen – geeft de beelden een tijdloze, bijna sacrale uitstraling. Het is kunst die niet schreeuwt maar ademt. Een groter contrast met de felle ledverlichting en het koopjes jagende winkelpubliek kan bijna niet. De gevelsculpturen van Mendes da Costa vormen een essentieel maar vaak over het hoofd gezien fragment van Amsterdams publiek erfgoed. Ze verbinden kunst, ambacht, geschiedenis en stadsleven op een manier die ons nog steeds raakt. Wie de moeite neemt omhoog te kijken, dat moet je sowieso doen in Amsterdam, ziet geen ornamenten, maar een levensfilosofie in steen — de dingen des levens.
TECHNIEK
Materiaal:
Kalksteen
Afmetingen:
Vijf beelden over de gehele gevel
Plaats:
Damrak 28-30
Amsterdam
Beschermende Liefde
Treurende Weduwe
Spaarzaamheid
Wijsheid overwint het Kwaad
De Wisselvalligheid
De Waakzaamheid
Biografie Joseph Mendes da Costa – 1863-19395
Joseph Mendes da Costa was een beeldhouwer wiens invloed veel groter was dan zijn naamsbekendheid. Ook hier weer: velen kennen zijn beelden maar vrijwel niemand zijn naam. Hij was een de beeldhouwers die de beeldtaal van de Nederlandse sculptuur radicaal vernieuwde. Van de allegorische figuren aan het Damrak tot het monumentale standbeeld van Christiaan de Wet in het Kröller Müller park op de Veluwe. Mendes da Costa was een beeldhouwer die het ambacht beheerste en doorvoelde. Hij is de wegbereider geweest voor de 20e-eeuwse kunst in Nederland doordat hij als een van de eerste beeldhouwer een monumentale, symbolistische stijl van strakke lijnen en heldere vlakken ontwikkelde.
Joseph werd geboren in 1863 in een Sefardisch-Joodse familie in Amsterdam. Al vrij vroeg kwam hij in aanraking met het ambacht door zijn vader die een steenhouwerij had aan de Nieuwe Prinsengracht. Hij studeerde later aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten maar zijn echte vorming vond plaats in de ateliers. Daar leerde hij hakken, schuren, polijsten: de fysieke nabijheid van steen en hout die zijn werk altijd zou blijven bepalen.
Al vroeg koos hij een koers die afweek van de heersende neo-barokke academische beeldhouwkunst. Geen bombast, geen theatrale dramatiek maar sobere, gesloten vormen, een figuur als een kern, een gedachte in steen. Het was deze hang naar stilte en innerlijke concentratie die hem later een van de geestelijke voorlopers van de Amsterdamse School zou maken. Zijn beelden op de gevel van het gebouw De Bazel (Nu: Stad Archief Amsterdam) of zijn plastiek voor banken en kantoren hebben de stad blijvend gevormd. In dat opzicht is hij een van de vaders van het fenomeen dat Amsterdam uniek maakt: beeldhouwkunst als integraal onderdeel van architectuur.
In het begin van de twintigste eeuw bloeide Amsterdam. Nieuwe banken, verzekeraars en kantoren gaven architecten opdracht tot monumentale gebouwen waar kunst onlosmakelijk deel van uitmaakte. Mendes da Costa excelleerde juist in deze context, zie de beelden aan het Damrak. Zijn meest monumentale werk is wellicht het standbeeld van Christiaan de Wet op het Kröller-Müller Museumterrein (1915). Midden op de kale heide staat het beeld bijna als een soort baken in de wind. Hier geen allegorie maar een historisch figuur: De Wet, commandant van de Boerenrepubliek uitgebeeld als wilskracht. De strakke, geometrisch vormen laten een modernistische vormentaal zien. Het beeld is daarmee een typisch voorbeeld van de beeldhouwkunst begin 20e eeuw. Dat juist de puissant rijke Helene Kröller-Müller hem dit monument toevertrouwde zegt veel. Zij zag in hem een kunstenaar van de toekomst, iemand die de Nederlandse beeldhouwkunst naar een hoger plan tilde. Net als Van Gogh dat deed met de schilderkunst in de eeuw voor hem. Helene herkende zich in de morele waarden die deze kunstenaars uitstraalden.
Hoewel hij geen lid was van een formele beweging, werd Mendes da Costa een sleutelfiguur binnen de kring van kunstenaars rond de Amsterdamse School en de beweging van architectuur-sculptuur integratie. Door zijn werk werd hij rolmodel voor jongere kunstenaars zoals Hildo Krop. Joseph Mendes da Costa overleed in 1939 maar zijn vormentaal leeft gelukkig voort. Zelfs als is het boven een supermarkt aan het Damrak.







