Sculptuur van de maand
Elke maand schenken we aandacht aan één sculptuur en beeldhouwer in Nederland. Uit de openbare ruimte, privé collectie of musea. We lichten de sculptuur en biografie van de beeldhouwer toe en laten we zien hoe divers de Nederlandse beeldhouwkunst is. Ter inspiratie, hoop of misschien wel troost.
maart 2025
Mari Andriessen
Dokwerker – 1952
Mari Andriessen – De Dokwerker – 1952
Soms zit er achter een beeld een heel ander verhaal dan men denkt. ‘De Dokwerker’ van Mari Andriessen is daar een voorbeeld van. De opdracht voor het beeld kwam van het Comité Februaristaking 1941. Dit was een initiatief van de communistische verzetsgroep en oud-stakers. Zij vonden direct na WO II dat de staking — een collectief protest tegen de Jodenvervolging — blijvend herdacht moest worden. Toch duurde het tot 1947 voordat er concrete plannen werden gemaakt.
Mari Andriessen, die tijdens de oorlogsjaren zelf ondergedoken had gezeten, werd benaderd vanwege zijn reputatie als humanistisch beeldhouwer. Hij accepteerde de opdracht en nam er vijf jaar de tijd voor. De definitieve onthulling was in 1952. Voor zijn werk ontving Andriessen een vergoeding van fl. 25.000,-, Omgerekend naar nu zou dat ongeveer €120.000 zijn. Maar als je alle uren en materiaalkosten rekent dan is het een bescheiden bedrag. Andriessen probeerde heel veel uit. Het beeld had verschillende gips versies. Uiteindelijk was hij zijn eigen aannemer Willem Termetz die ervoor poseerde. In tegenstelling tot wat veel beeldhouwers zeiden, werden gipsen beelden niet allemaal door henzelf gemaakt.
Dat gebeurde veelal bij de fa. Bousquet in Parijs. Zij hadden een punteermachine of pantograaf die een klein beeld kon uitvergroten naar een grotere versie. Hier een korte reportage waar aan het eind (07.35) dit wordt uitgelegd. Dat was handig maar ook weer niet. Alles wat er n.l. in het kleine model zit, wordt een op een uitvergroot. Een normale duimafdruk in het gips wordt dan 3 tot 4 keer zo groot. De vraag is dan of je stilistisch nog steeds hetzelfde effect krijgt. De figuur van de dokwerker is eenvoudig, maar allesbehalve oppervlakkig. Hij staat rechtop, de benen licht gespreid, de handen losjes op de heupen. Zijn borstkas is nadrukkelijk naar voren geplaatst en het hoofd fier opgericht. Andriessen drukt hiermee onverzettelijkheid, vastberadenheid, maar ook menselijkheid uit. Het is geen heroïsche overdrijving — integendeel, de kracht van dit beeld zit juist in de herkenbaarheid en de ingetogen monumentaliteit.
Onderin zie je alle verschillende gipsbeelden die Andriessen heeft gemaakt. Al dan niet met hulp van Bousquet met een nota. Dat was niet mals: Fr. fr. 49.500,- Omgerekend ongeveer fl. 15.000,- Dat was niet het enige. Het beeld werd hierna gegoten bij fa. Binder in Haarlem maar werd door de uitvergroting én de plaatsing op een hoge sokkel een beetje plomp.
Een beeld dat je van onder bekijkt moet anders worden vormgegeven. Michelangelo had dat met zijn ‘David’ al door in 1503. Het beeld zou hoog aan de zijkant van de Dom in Florence worden geplaatst. Het hoofd moet dan groter anders klopt het perspectief niet meer. De Dokwerker kreeg door de uitvergroting en sokkel niet de monumentale uitstraling die men verwachtte. Collega beeldhouwer Gregoire bracht uitkomst. Volgens zijn zoon Pepe Gregoire, zaagde zijn vader de benen door en voegde 20 cm brons aan de benen toe. Hiermee kreeg het beeld lengte én toch de indrukwekkende uitstraling die het verdiend.
TECHNIEK
Materiaal:
Brons
Afmetingen met sokkel:
Hoogte: ca. 425 cm
Breedte: ca. 119 cm
Diepte: ca. 106 cm
Plaats:
Jonas Daniël Meierplein
Amsterdam
Gips model groot
Verschillende versies Dokwerker
Nota Bousquet
Groot gipsmodel zijkant
Biografie Mari Andriessen (1897-1979)
Mari Andriessen werd op 4 december 1897 geboren in Haarlem, in een artistiek milieu: zijn vader was architect die helaas jong overleed. Zijn broers waren componisten. Hij studeerde aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Daar kreeg hij les van onder anderen Bart van Hove, Antoon Derkinderen en Jan Bronner. Vooral die laatste werd volgens overlevering van zijn kleindochter een soort vaderfiguur. Daarna werkte hij in het atelier van John Rädecker, de maker van het Nationaal Monument op de Dam. Rädecker’s expressieve vormtaal en ambachtelijke werkwijze vormden een belangrijke inspiratiebron voor Andriessen, net als het werk van de Franse beeldhouwer Aristide Maillol. Heel veel beeldhouwers bewonderden Maillol om diens verstilde kracht.
Mari Andriessen brak door na WO II met monumenten die het verzet en het lijden van de oorlog op indringende wijze verbeelden. Zijn bekendste beeld is zoals eerder gezegd “De Dokwerker” (1952) Andere belangrijke werken van Andriessen zijn onder meer: “Anne Frank” (1975), bij de Westermarkt in Amsterdam, een ingetogen beeld dat de kwetsbaarheid en kracht van het meisje symboliseert. “Het Monument voor de Gevallenen” in Rotterdam (1957), ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de oorlog. “Ter Herinnering aan het Joods Kind” in Haarlem, een beeld dat de herinnering aan de weggevoerde Joodse kinderen levend houdt. Andriessens oeuvre bestaat grotendeels uit figuratieve, vaak staande menselijke figuren, sober van vorm en met een grote innerlijke kracht. Hij koos zelden voor dramatische poses; zijn beelden stralen eerder standvastigheid en menselijke waardigheid uit.
Mari Andriessen gaf zelf ook les, onder andere aan de Rijksakademie in Amsterdam. Tot zijn leerlingen behoorden beeldhouwers zoals Pépé Grégoire. Als docent was hij geliefd om zijn toewijding en vakmanschap. Hij was geen vernieuwer in formele zin, maar wel een moreel en artistiek voorbeeld voor generaties na hem. Zijn focus op de mens als drager van betekenis, en zijn vermogen om universele gevoelens in brons te vangen, zijn nog steeds richtinggevend voor veel hedendaagse figuratieve beeldhouwers. Samen met kunstenaars als Charlotte van Pallandt en Piet Esser, die na de oorlog het beeld in de openbare ruimte nieuw leven inbliezen. In een tijd waarin abstractie opkwam, bleef Andriessen trouw aan het mensbeeld. Daarmee wist hij een breed publiek te raken — zijn beelden staan in het collectieve geheugen gegrift.





