Sculptuur van de maand

Elke maand schenken we aandacht aan één sculptuur en beeldhouwer in Nederland. Uit de openbare ruimte, privé collectie of musea.            We lichten de sculptuur en biografie van de beeldhouwer toe en laten we zien hoe divers de Nederlandse beeldhouwkunst is. Ter inspiratie, hoop of misschien wel troost.

juni 2025

Artus Quellinus

Saturnus

1654

 

Artus Quellinus – Saturnus – 1654

In de Noordoostelijke galerij van de tentoonstelling in het Paleis op de Dam hangt een indrukwekkend marmeren hoog-reliëf: Saturnus die zijn kind verslindt. Het is een aangrijpend tafereel dat deel uit maakt van het imposante beeldprogramma dat Quellinus tussen 1650 en 1664 uitvoerde voor het stadhuis van Amsterdam. De stad was een centrum van macht, orde én republikeinse trots. Het onderwerp komt uit de Griekse mythologie. Saturnus (of Kronos in het Grieks), was de god van de tijd en de landbouw. Hij vreesde door zijn eigen kinderen van de troon te worden gestoten en verslond hen daarom bij de geboorte. Quellinus’ Saturnus heeft een gelaagde betekenis. Het is een mythisch verhaal maar heeft ook een filosofische en politieke symboliek. Saturnus vertegenwoordigt de onontkoombare werking van de tijd: het verstrijken ervan, het vergaan van macht, maar ook de orde van seizoenen en arbeid. Het is zeer passend geplaatst nabij de Kamer van Assurantiën en de Desolate Boedelkamer van het stadhuis, waar men dagelijks geconfronteerd werd met faillissementen en verlies.

De tijd, seizoenen én arbeid worden weergegeven door de attributen rondom Saturnus. In zijn linkerhand is een sikkel die verwijst naar de landbouw en het oogsten, maar ook naar de destructieve kracht van tijd die alles uiteindelijk wegsnijdt. Tussen zijn voeten ligt een zandloper die verwijst naar de vergankelijkheid. De ploeg achter zijn benen en de korenschaar symboliseren de cyclus van zaaien en oogsten. Een basisprincipe van welvaart voor de stad Amsterdam. Linksonder zien we een man en profiel met twee gezichten. Het is Janus, de god van begin en einde.

Nu is op de tentoonstelling het oorspronkelijke terracotta model van dit reliëf te zien. Het is recht tegenover de marmeren versie geplaatst en biedt een zeldzaam inkijkje in Quellinus’ creatieve proces. In het model herken je al de compositie maar wat opvalt zijn de regelmatige horizontale streepjes aan de zijkanten van het model. Deze markeringen zijn aangebracht om het model te kunnen overzetten naar marmer in de juiste schaalverhouding. Ze dienden als meetpunten. Het enige verschil tussen het terracotta model en de marmeren versie is de stand van het hoofd. Die is in het marmer is iets meer opgericht en naar het midden toe gedraaid.

In de tentoonstelling krijgt Artus Quellinus eindelijk de aandacht die hij verdient. Meer dan 100 werken zijn bijeengebracht uit museale, kerkelijke en particuliere collecties. De samenstellers van het Rijksmuseum en het Paleis op de Dam hebben vooral gekeken naar hoe Quellinus zijn beelden maakte. Van de modellen naar de uiteindelijke uitvoering. Naast Saturnus zijn er meer dan  levensgrote beelden van Pallas Athene en Petrus te zien. Om maar niet te zwijgen van de indrukwekkende Vierschaar op de begane grond. Een Amsterdams gerechtshof uit de 17e eeuw dat werkelijk adembenemend is. Niet voor niets wordt Quellinus dan ook de meester van het levend marmer genoemd.    

Te zien tot en met 27 oktober 2025.

TECHNIEK

Materiaal:
Marmer

Afmetingen:
Hoogte: 189 cm
Breedte:  107 cm
Diepte: ca. 35 cm

Plaats:
Paleis op de Dam

Model en eindversie

Terracotta Model
Amsterdam Museum
inv. BA 2457

Detail streepjes zijkant

Detail vingers in vlees

Biografie Artus Quellinus (1609-1668)

Artus Quellinus werd geboren op 30 augustus 1609 in Antwerpen. Hij kwam uit een vooraanstaande kunstenaarsfamilie en werd al vroeg ondergedompeld in de rijke tradities van de Vlaamse kunst. Zijn artistieke vorming begon vermoedelijk bij zijn vader Erasmus Quellinus I, een gerespecteerd beeldhouwer die Rubens tot zijn vriendenkring kon rekenen. Al op 24-jarige leeftijd leverde Artus drie zandstenen sculpturen (Venus & Mars o.a.) af aan niemand minder dan Frederik Hendrik van Oranje. Door deze opdrachten kon hij zich een reis naar Rome veroorloven. Daar werd hij in 1635 onder de hoede genomen door Francois du Quesnoy, een gevierd beeldhouwer. Via vele dagboeken en inventarissen van andere kunstenaars wordt duidelijk dat Quellinus kennis maakte met iedereen die er artistiek toe deed in Rome. Gian Lorenzo Bernini, die andere grote beeldhouwer, was er een van.

Quellinus keerde terug in 1639 naar Antwerpen. Niet lang daarna overleed Rubens maar ook zijn vader en kon hij diens atelier overnemen. Cru gezegd: de weg was vrij voor een beeldhouwer die kennis had van de barok en het classicisme. Hij werd dan ook benaderd voor opdracht buiten zijn stad in Lille en Brussel. Opdrachten die door Rubens waren gestart werden door hem afgemaakt. Via zijn netwerk bouwde hij een goede en gedegen reputatie op die hem in contact zou brengen met Constantijn Huygens die de Oranjes o.a. adviseerde over opdrachten en kunstaankopen. Maar het bracht hem ook in contact met de architect Jacob van Campen, de ontwerper van het stadhuis op de Dam in Amsterdam. In 1647, voordat er überhaupt met de bouw werd begonnen, was Quellinus al in Amsterdam. Hij logeerde bij zijn vriend Jan Asselijn, de schilder van de beroemde zwaan in het Rijksmuseum. Als je weet dat een dergelijk goede beeldhouwer beschikbaar is, dan pas je je ontwerp aan. Nietwaar?  

In dienst van stadsarchitect Jacob van Campen werkte Quellinus ruim vijftien jaar (!) aan de decoratie van het indrukwekkende Hollands classicistische gebouw. Samen met een team van Vlaamse en Nederlandse beeldhouwers realiseerde hij een van de meest ambitieuze sculptuur decoratieprogramma’s in de Nederlandse geschiedenis. Het stadhuis werd een tempel van de burgerlijke macht, versierd met talloze allegorische figuren, reliëfs en marmeren beelden die deugden, rechtvaardigheid, de vrede en de welvaart van de Republiek verheerlijkten.

Quellinus wist als geen ander de Italiaanse barokstijl te vertalen naar een meer ingetogen, protestantse context. Zijn beelden zijn levendig, vol beweging en anatomisch verfijnd, maar ze missen de overdadige emotionaliteit van zijn Italiaanse tijdgenoten. Artus Quellinus was geen revolutionair, maar wel een briljant vertaler van ideeën en verhalen. Hij bracht het beste van de Zuid-Europese barok naar het noorden en gaf de beeldhouwkunst een vaste plaats naast de al zo beroemde schilderkunst. Hij keerde rond 1664-65 uiteindelijk terug naar Antwerpen waar hij een paar dagen voor zijn 59e verjaardag in 1668 overleed.  Op zijn zerk en dat van zijn vrouw stond vermeldt: ‘vermaert Stadthuys van Amsterdam’. De beeldhouwer was dan weliswaar overleden, met het 8e wereldwonder in Amsterdam was zijn naam voorgoed onsterfelijk gemaakt.