Sculptuur van de maand
Elke maand schenken we aandacht aan één sculptuur en beeldhouwer in Nederland. Uit de openbare ruimte, privé collectie of musea.
We lichten de sculptuur en biografie van de beeldhouwer toe en laten we zien hoe divers de Nederlandse beeldhouwkunst is. Ter inspiratie, hoop of misschien wel troost.
juli 2025
Artus Quellinus
Vierschaar
1652-1655
Artus Quellinus – Vierschaar – 1652-1655
Op de begane grond van het Paleis op de Dam, ligt een van de meest indrukwekkende gerechtshallen van Europa: de Vierschaar. Een vreemde naam maar het verwijst naar het aantal banken waar rechters plaats op namen (Vier). De schaar betekent van oorsprong een omheining of afscheiding. De vierschaar was dus letterlijk een vierhoekige, met touwen of banken afgebakende ruimte waar recht werd gesproken. De verdachte stond dan in het midden. Om de rechtspraak functie kracht bij te zetten werd de ruimte voorzien van een marmeren programma dat de luister, ernst en moraal van het recht moest onderstrepen.
Het ontwerp en uitvoering van het beeldhouwwerk in de Vierschaar werd geleid door Artus Quellinus (1609–1668), die door architect Jacob van Campen werd aangetrokken om het stadhuis te verfraaien. Quellinus bracht uit Antwerpen een team van getalenteerde beeldhouwers mee, waaronder Rombout Verhulst en Bartholomeus Eggers, die samen de marmeren allegorieën en reliëfs uitvoerden. Wat zij tot stand brachten is een van de hoogtepunten van het Nederlands classicisme en van uitzonderlijke kwaliteit en betekenis.
Op de lange wand van meer dan acht meter zijn drie hoog-reliëfs te zien met klassieke voorstellingen. Ze zijn afgescheiden door vier kariatiden. Daarover volgende maand meer. De linker voorstelling gaat over Zaleucus. Een strenge wetgever uit de 7e eeuw voor Chr. in Zuid – Italië. Zijn straf op overspel was gruwelijk. Beide ogen van de misdadiger werden uitgestoken. Zaleucus’ zoon werd schuldig bevonden aan overspel en moest de strenge wet van zijn vader ondergaan. Hij besloot de helft van de straf op zich te nemen. Rechtsonder in het reliëf is het moment dat Zaleucus’ oog wordt uitgestoken. Naast hem zit zijn zoon die zijn oog al kwijt is. Dit reliëf wordt gezien als symbool voor barmhartigheid.
Op het middelste reliëf zien we koning Salomo. Beneden hem staan twee vrouwen met één dood en één levend kind. Beide vrouwen beweerden dat het levende kind van hen was. Rechts onderin zien we dat Salomo de beul opdracht geeft, het levende kind doormidden te hakken. Elke vrouw zou dan de helft van het kind hebben. De echte moeder smeekt Salomo het kind te laten leven en aan de andere vrouw te geven. Salomo kwam op deze sluwe manier er achter wie de juiste moeder van het levende kind was en gaf haar het kind. Het reliëf van Salomo en daarmee de wijsheid, staat centraal in dit grote reliëf. Men vond toen dat de christelijke godsdienst boven de godsdienst van de Grieken en Romeinen stond.
Op het rechter reliëf staan de zonen van Brutus die samenzwering hadden tegen twee consuls van Rome. Vader Brutus was één van de twee consuls. De zonen werden ter dood veroordeeld toen de samenzwering aan het licht kwam. Hier is het moment te zien waar de tweede zoon op het punt staat zijn straf te ondergaan. Brutus moest het teken geven aan de beul, die de onthoofding zou verrichten. Ondanks het feit dat dit zijn zoons waren moest een heerser rechtvaardig zijn. Daarom staat dit reliëf symbool voor rechtvaardigheid.
Volgende maand in deze rubriek de andere beelden van de Vierschaar!
TECHNIEK
Materiaal:
Marmer
Afmetingen:
Hoogte: 250 cm
Breedte: 870 cm
Plaats:
Paleis op de Dam
Zaleucus’oog wordt uitgestoken
Barmhartigheid
Salomo’s Oordeel
Wijsheid
Onthoofding Brutus’ zonen
Rechtvaardigheid
Biografie Artus Quellinus (1609-1668)
Artus Quellinus werd geboren op 30 augustus 1609 in Antwerpen. Hij kwam uit een vooraanstaande kunstenaarsfamilie en werd al vroeg ondergedompeld in de rijke tradities van de Vlaamse kunst. Zijn artistieke vorming begon vermoedelijk bij zijn vader Erasmus Quellinus I, een gerespecteerd beeldhouwer die Rubens tot zijn vriendenkring kon rekenen. Al op 24-jarige leeftijd leverde Artus drie zandstenen sculpturen (Venus & Mars o.a.) af aan niemand minder dan Frederik Hendrik van Oranje. Door deze opdrachten kon hij zich een reis naar Rome veroorloven. Daar werd hij in 1635 onder de hoede genomen door Francois du Quesnoy, een gevierd beeldhouwer. Via vele dagboeken en inventarissen van andere kunstenaars wordt duidelijk dat Quellinus kennis maakte met iedereen die er artistiek toe deed in Rome. Gian Lorenzo Bernini, die andere grote beeldhouwer, was er een van.
Quellinus keerde terug in 1639 naar Antwerpen. Niet lang daarna overleed Rubens maar ook zijn vader en kon hij diens atelier overnemen. Cru gezegd: de weg was vrij voor een beeldhouwer die kennis had van de barok en het classicisme. Hij werd dan ook benaderd voor opdracht buiten zijn stad in Lille en Brussel. Opdrachten die door Rubens waren gestart werden door hem afgemaakt. Via zijn netwerk bouwde hij een goede en gedegen reputatie op die hem in contact zou brengen met Constantijn Huygens die de Oranjes o.a. adviseerde over opdrachten en kunstaankopen. Maar het bracht hem ook in contact met de architect Jacob van Campen, de ontwerper van het stadhuis op de Dam in Amsterdam. In 1647, voordat er überhaupt met de bouw werd begonnen, was Quellinus al in Amsterdam. Hij logeerde bij zijn vriend Jan Asselijn, de schilder van de beroemde zwaan in het Rijksmuseum. Als je weet dat een dergelijk goede beeldhouwer beschikbaar is, dan pas je je ontwerp aan. Nietwaar?
In dienst van stadsarchitect Jacob van Campen werkte Quellinus ruim vijftien jaar (!) aan de decoratie van het indrukwekkende Hollands classicistische gebouw. Samen met een team van Vlaamse en Nederlandse beeldhouwers realiseerde hij een van de meest ambitieuze sculptuur decoratieprogramma’s in de Nederlandse geschiedenis. Het stadhuis werd een tempel van de burgerlijke macht, versierd met talloze allegorische figuren, reliëfs en marmeren beelden die deugden, rechtvaardigheid, de vrede en de welvaart van de Republiek verheerlijkten.
Quellinus wist als geen ander de Italiaanse barokstijl te vertalen naar een meer ingetogen, protestantse context. Zijn beelden zijn levendig, vol beweging en anatomisch verfijnd, maar ze missen de overdadige emotionaliteit van zijn Italiaanse tijdgenoten. Artus Quellinus was geen revolutionair, maar wel een briljant vertaler van ideeën en verhalen. Hij bracht het beste van de Zuid-Europese barok naar het noorden en gaf de beeldhouwkunst een vaste plaats naast de al zo beroemde schilderkunst. Hij keerde rond 1664-65 uiteindelijk terug naar Antwerpen waar hij een paar dagen voor zijn 59e verjaardag in 1668 overleed. Op zijn zerk en dat van zijn vrouw stond vermeldt: ‘vermaert Stadthuys van Amsterdam’. De beeldhouwer was dan weliswaar overleden, met het 8e wereldwonder in Amsterdam was zijn naam voorgoed onsterfelijk gemaakt.




