Sculptuur van de maand
Elke maand schenken we aandacht aan één sculptuur en beeldhouwer in Nederland. Uit de openbare ruimte, privé collectie of musea. We lichten de sculptuur en biografie van de beeldhouwer toe en laten we zien hoe divers de Nederlandse beeldhouwkunst is. Ter inspiratie, hoop of misschien wel troost.
januari 2026
Hendrick de Keyser
Erasmus – 1622
Erasmus – 1622
Op het Grote Kerkplein in Rotterdam, naast de Sint-Laurenskerk, staat een man in een lange mantel, gebogen over een groot boek. Hij bladert in zijn lectuur. Het is Desiderius Erasmus, de beroemdste zoon van de stad. Wat het zo bijzonder maakt: Het is het oudste bronzen standbeeld van Nederland gemaakt door een van de belangrijkste beeldhouwers en architect uit de Nederlandse kunstgeschiedenis: Hendrick de Keyser.
Het huidige beeld ken een lange aanloop geschiedenis met grappige details. In 1549 verrees er, ter gelegenheid van het bezoek van prins Filips, een hol houten beeld waar een jongen in was verstopt. Toen Filips er langs reed sprak de jongen een lofrede uit, al ware het Erasmus zelf. Rond 1557 volgde een duurzamere versie na Erasmus in Belgisch hardsteen, betaald door de latere koning Filips II. Die liep in 1572 averij op: Spaanse troepen gooiden het beeld tijdens de opstand in de gracht. Het werd teruggevonden en herplaatst. Pas in 1616 besloot het Rotterdamse stadsbestuur, op aanraden van Hugo de Groot, definitief een nieuw beeld in brons te laten maken. Bizar detail: op 29 augustus 1618 kreeg Hendrick de Keyser de opdracht, exact dezelfde dag dat Hugo de Groot werd gearresteerd en gevangen werd gezet in Slot Loevestein.
Voor het gezicht en de houding baseerde De Keyser zich vermoedelijk op portretten van Erasmus die tijdens diens leven waren gemaakt, onder meer door Hans Holbein de Jonge: de pels aan kraag en manchetten, het karakteristieke mutsje, de ernstige blik boven een dik boek. Het resultaat is een levensgroot bronzen figuur op een twee meter hoge sokkel, met wapperende gewaden die suggereren dat Erasmus in beweging is. Terwijl hij loopt, leest hij in zijn linkerhand het boek. De rechterhand is bezig een bladzijde om te slaan. De Keyser overleed in 1621, nog voordat het Erasmusbeeld voltooid was. Zijn zoon Pieter de Keyser maakte het werk af. Het brons werd gegoten door de Rotterdamse bronsgieter Jan Cornelisz. Ouderogge, in de geschutgieterij aan de Hoogstraat. Dezelfde werkplaats waar ook kanonnen werden gegoten. Op 30 april 1622 werd het beeld onthuld op de Grote Markt.
Het Erasmusbeeld is om meerdere redenen een mijlpaal in de Nederlandse beeldhouwkunst. Het geldt als het oudste bewaard gebleven, en enige publieke bronzen standbeeld van het land. Het was het eerste vrijstaande standbeeld in de Nederlanden dat niet gewijd was aan een vorst, veldheer of religieuze figuur, maar aan een geleerde. In een tijd waarin standbeelden vrijwel uitsluitend macht en gezag verbeeldden, was een eerbetoon aan een humanist en denker een noviteit.
Dat het beeld er al 400 jaar staat is een klein mirakel als je ziet wat het allemaal heeft meegemaakt. Te beginnen met de tijd waarin het werd gemaakt: midden in de 80-jarige oorlog. In het buitenland werden veel beelden en klokken juist omgesmolten tot (kanon)kogels. Tijdens het bombardement op Rotterdam in mei 1940 bleef Erasmus ongeschonden. De gemeente greep in: het beeld werd overgebracht naar Museum Boijmans Van Beuningen, waar het op de binnenplaats werd verstopt onder betonplaten en zandzakken (zie onder) . Pas na de bevrijding, kreeg het weer een plek in de openbare ruimte, ditmaal aan de Coolsingel, voor de Erasmusflat van architect Dudok.
Die locatie hield geen stand: in 1963 moest het beeld wijken voor de aanleg van de Rotterdamse metro. Na een tussenstop belandde het in 1964 op zijn huidige plek aan het Grotekerkplein, in een rechte zichtlijn naar de plek waar zijn vermeende geboortehuis stond. In de nacht van 21 op 22 november 1996 werd het beeld door onbekenden omvergetrokken. Na restauratie werd het in 1998 weer op zijn sokkel gehesen, waar het sindsdien onaangetast staat.
Over die restauratie hoorden wij een mooie anekdote. Een van de restaurateurs die bij een lezing van Stichting Dok op bezoek was, zei toen grappend: ‘Ik ben de enige man die ooit in Erasmus is geweest.’ De Vandalen hadden de schroef waarmee het beeld vast zat losgedraaid waarna Eramus van zijn sokkel viel. Toen de restaurateur naar binnen keer zag hij gemetselde bakstenen. Ter versteviging. Cement kan uitzetten bij vorst en het beeld beschadigen. De restaurateur besloot toen om de bakstenen eruit te halen. Vandaar dat hij helemaal in Eramsus was gekropen.
TECHNIEK
Materiaal:
Brons
Afmetingen:
ca. 400 cm
Plaats:
Grotekerkplein
Rotterdam
Beeld Eramsus
Grote Markt Rotterdam
1865
Beeld Erasmus
binnenplaats museum
Boijmans van Beuningen
1940-1945
Onderkant Eramus
tijdens restauratie
1997
Portet Erasmus
Holbein de Jongere
ca. 1523
Biografie Hendrick de Keyser – 1565 – 1621
Hendrick Corneliszoon de Keyser werd op 15 mei 1565 geboren in Utrecht, als zevende kind van de meubelmaker en kistenmaker Cornelis Dirckszoon de Keyser. Zijn moeder kwam uit een gegoede katholieke familie die zich tot het protestantisme had bekeerd. De jonge Hendrick groeide op in een voormalig klooster en leerde vermoedelijk van zijn vader de eerste beginselen van het houtsnijwerk. Hierna ging hij in de leer bij de Utrechtse beeldsnijder en architect Cornelis Bloemaert. Deze was een veelzijdig kunstenaar die grote invloed had op zijn stijl. Daarnaast liet De Keyser zich inspireren door de Delftse beeldhouwer Willem van Tetrode en door de vormentaal van de klassieke oudheid, die in die jaren via prenten ook in de Noordelijke Nederlanden furore maakte. Later, tijdens een reis naar Londen, ontmoette Hendrick de Engelse architect Inigo Jones (Bangueting Hall), wat zijn architectonische blik verder verruimde. Zelf bestudeerde De Keyser bovendien de geschriften van de Romeinse architect Vitruvius, al volgde hij de strenge klassieke regels van Italiaanse theoretici als Serlio en Palladio nooit slaafs maar vertaalde hij ze naar een geheel eigen Hollandse beeldtaal.
In 1591 volgde De Keyser zijn leermeester Bloemaert naar Amsterdam, de snel groeiende handelsstad waar volop bouwopdrachten aanwezig waren. Vrijwel direct na aankomst trouwde hij met Beyken van Wildere (later Barbara genoemd) uit een welgestelde Antwerpse familie. Het echtpaar kreeg tussen 1592 en 1613 zes kinderen. Op 19 juli 1595 werd De Keyser, op dertigjarige leeftijd, beëdigd als stadsbeeldsnijder en stadssteenhouwer. Hij volgde hiermee zijn overleden leermeester Bloemaert op. Rond 1600 begon hij ook naam te maken als architect, en in 1612 werd hij formeel aangesteld als stadsarchitect van Amsterdam, verantwoordelijk voor vrijwel alles wat er in de stad werd gebouwd. Tot zijn belangrijkste bouwwerken in Amsterdam behoren de Zuiderkerk, de Westerkerk met zijn Westertoren, de Noorderkerk, de nieuwe spits van de Munttoren, het Huis met de Hoofden, het Huis Bartolotti, het Oost-Indisch Huis, de Montelbaantoren en de (inmiddels verdwenen) Beurs op het Rokin en Haarlemmerpoort. Ook buiten Amsterdam liet hij zijn sporen na, onder meer met de Waag in Hoorn en de Keyserkerk in de Middenbeemster.
Hendrick de Keyser wordt beschouwd als een van de belangrijkste bouwmeesters en beeldhouwers aan het begin van de Gouden Eeuw. Zijn werk vormt een hoogtepunt van de Hollandse renaissance en toont een geleidelijke overgang van maniërisme naar barok. Hij muntte uit in het bedenken van steeds nieuwe vormen en ornamenten, en werkte in uiteenlopende materialen als marmer en terracotta. Zijn faam als beeldhouwer reikte tot ver buiten de Republiek: hij kreeg zelfs opdrachten van de koning van Denemarken. Zijn bekendste werk is ongetwijfeld het praalgraf van Willem van Oranje in de Nieuwe Kerk in Delft. Een monumentaal grafmonument waaraan hij vanaf 1614 werkte en dat na zijn dood door zijn zoon Pieter werd voltooid. Bijzonder is hoe hij Willem van Oranje afbeeldt: op het moment van overlijden. Dat kan je zien aan de knoopjes van zijn jas die zijn open geknoopt. Alsof ze hem nog konden redden.
Saillant detail: Hendrick de Keyser overleed op zijn 57ste verjaardag, 15 mei 1621 en werd begraven in de kerk die hij zelf had ontworpen: De Zuiderkerk. Zijn zonen Pieter, Thomas en Willem de Keyser, evenals zijn neef Huybert, zetten zijn werk als beeldhouwers en architecten voort. Als architect kende Hendrick de Keyser veel navolging, met name bij Jacob van Campen, die zijn Amsterdamse renaissancestijl verder ontwikkelde tot het Hollands classicisme dat weer later is te zien in het Paleis op de Dam. Zijn invloed op het aanzien van Amsterdam is nauwelijks te overschatten. Nog altijd bepalen zijn torens en gevels de skyline van de stad. Ter ere van zijn nalatenschap werd in 1918 de Vereniging Hendrick de Keyser opgericht, die zich tot op de dag van vandaag inzet voor het behoud van architectonisch en historisch belangrijke gebouwen in Nederland.





