Sculptuur van de maand

Elke maand schenken we aandacht aan één sculptuur en beeldhouwer in Nederland. Uit de openbare ruimte, privé collectie of musea.
We lichten de sculptuur en biografie van de beeldhouwer toe en laten we zien hoe divers de Nederlandse beeldhouwkunst is. Ter inspiratie, hoop of misschien wel troost.

juli 2025

Artus Quellinus

Straf & Berouw

1652-1655

 

Artus Quellinus – Straf & Berouw – 1652-1655

 

We gaan toch nog één keer Artus Quellinus bespreken. In de Vierschaar van het Paleis op de Dam, staan vier indrukwekkende vrouwenfiguren. We bespraken het al vorige maand.
De vrouwenfiguren  dragen bij aan de heftige gebeurtenissen die hier vroeger plaats vonden. Twee van hen verbeelden het berouw – de dame met de handen voor het gezicht, alsof zij zich willen onttrekken aan het oog van de wereld – terwijl de andere twee figuren, met de armen strak op de rug gebonden, de straf symboliseren. Het lijken pilaren maar het zijn ook vrouwelijke beelden. Je noemt dit ook wel een kariatide. Van oorsprong zijn dit architectonische zuil elementen in de vorm van een vrouw die een dragende functie binnen het gebouw hebben. Door er een karakter van te maken, overstijgen deze sculpturen hun technische rol. Ze zijn niet alleen decoratieve dragers van de architraaf (zie Akropolis Athene), maar ze belichamen hier een moraliteit. De moraal van de rechtspraak: de pijn van schuld, de tragiek van inzicht, en de kracht van onderwerping aan gerechtigheid. Quellinus maakt dit op deze manier voelbaar. Zijn kariatiden zijn belichaamde emoties, uitgevoerd in marmer.

Opvallend is de finesse waarmee deze figuren zijn vormgegeven. De zorgvuldig gevlochten haren (!) die zich als een kroon om het hoofd wikkelen, getuigen van een oog voor detail.
De handen zijn met grote zorg gemodelleerd. Bij de figuren die berouw tonen aan de buitenkant of hier links, zijn ze naar het gelaat geheven, lichtjes rustend op de slapen of ogen. Als een gebaar van schaamte dat iedere toeschouwer herkent. De boetedoeners daarentegen houden hun armen strak achter de rug, in een gedwongen rust, die hun machteloosheid tastbaar maakt. Slim van Quellinus om het in deze volgorde te doen. Eerst schaam je je en daarna volgt de straf. De lichamen zijn niet heroïsch, maar ingehouden en menselijk. Ze staan licht ingezakt, met een knik in de heup en een gevouwen houding die hun innerlijke staat weerspiegelt. De plooien van hun gewaden vallen zwaar en ritmisch naar beneden, zonder opsmuk, maar met een beheerste elegantie.

Quellinus bewijst hier zijn uitzonderlijke meesterschap: hij wist emoties te vertalen naar vorm en gewicht, naar lijn en oppervlak. De beeldengroep ademt een ingetogen drama dat zeldzaam is in de Nederlandse beeldhouwkunst. Waar de Nederlandse Gouden Eeuw vaak wordt geassocieerd met schilderkunst, laat dit ensemble zien dat er ook op het gebied van sculptuur groots werd gedacht en gewerkt. De Vierschaar is met deze kariatiden niet enkel een historische rechtszaal, maar een theater van menselijke emoties in steen. Nergens in Nederland vindt men zulke intense, geladen vrouwenbeelden die architectuur, symboliek en esthetiek zo naadloos samenbrengen. Het is een stille triomf van de beeldhouwkunst – en een van de meest aangrijpende sculpturale ensembles van de zeventiende eeuw op Nederlandse bodem.

TECHNIEK

Materiaal:
Marmer

Afmetingen:
Hoogte: 250 cm
Breedte:  870 cm

Plaats:
Paleis op de Dam

Modello’s: linker beelden voor Berouw en Straf

Modello’s: rechter beelden Straf en Berouw

Detail gevlochten haren

Biografie Artus Quellinus (1609-1668)

Artus Quellinus werd geboren op 30 augustus 1609 in Antwerpen. Hij kwam uit een vooraanstaande kunstenaarsfamilie en werd al vroeg ondergedompeld in de rijke tradities van de Vlaamse kunst. Zijn artistieke vorming begon vermoedelijk bij zijn vader Erasmus Quellinus I, een gerespecteerd beeldhouwer die Rubens tot zijn vriendenkring kon rekenen. Al op 24-jarige leeftijd leverde Artus drie zandstenen sculpturen (Venus & Mars o.a.) af aan niemand minder dan Frederik Hendrik van Oranje. Door deze opdrachten kon hij zich een reis naar Rome veroorloven. Daar werd hij in 1635 onder de hoede genomen door Francois du Quesnoy, een gevierd beeldhouwer. Via vele dagboeken en inventarissen van andere kunstenaars wordt duidelijk dat Quellinus kennis maakte met iedereen die er artistiek toe deed in Rome. Gian Lorenzo Bernini, die andere grote beeldhouwer, was er een van.

Quellinus keerde terug in 1639 naar Antwerpen. Niet lang daarna overleed Rubens maar ook zijn vader en kon hij diens atelier overnemen. Cru gezegd: de weg was vrij voor een beeldhouwer die kennis had van de barok en het classicisme. Hij werd dan ook benaderd voor opdracht buiten zijn stad in Lille en Brussel. Opdrachten die door Rubens waren gestart werden door hem afgemaakt. Via zijn netwerk bouwde hij een goede en gedegen reputatie op die hem in contact zou brengen met Constantijn Huygens die de Oranjes o.a. adviseerde over opdrachten en kunstaankopen. Maar het bracht hem ook in contact met de architect Jacob van Campen, de ontwerper van het stadhuis op de Dam in Amsterdam. In 1647, voordat er überhaupt met de bouw werd begonnen, was Quellinus al in Amsterdam. Hij logeerde bij zijn vriend Jan Asselijn, de schilder van de beroemde zwaan in het Rijksmuseum. Als je weet dat een dergelijk goede beeldhouwer beschikbaar is, dan pas je je ontwerp aan. Nietwaar?  

In dienst van stadsarchitect Jacob van Campen werkte Quellinus ruim vijftien jaar (!) aan de decoratie van het indrukwekkende Hollands classicistische gebouw. Samen met een team van Vlaamse en Nederlandse beeldhouwers realiseerde hij een van de meest ambitieuze sculptuur decoratieprogramma’s in de Nederlandse geschiedenis. Het stadhuis werd een tempel van de burgerlijke macht, versierd met talloze allegorische figuren, reliëfs en marmeren beelden die deugden, rechtvaardigheid, de vrede en de welvaart van de Republiek verheerlijkten.

Quellinus wist als geen ander de Italiaanse barokstijl te vertalen naar een meer ingetogen, protestantse context. Zijn beelden zijn levendig, vol beweging en anatomisch verfijnd, maar ze missen de overdadige emotionaliteit van zijn Italiaanse tijdgenoten. Artus Quellinus was geen revolutionair, maar wel een briljant vertaler van ideeën en verhalen. Hij bracht het beste van de Zuid-Europese barok naar het noorden en gaf de beeldhouwkunst een vaste plaats naast de al zo beroemde schilderkunst. Hij keerde rond 1664-65 uiteindelijk terug naar Antwerpen waar hij een paar dagen voor zijn 59e verjaardag in 1668 overleed.  Op zijn zerk en dat van zijn vrouw stond vermeldt: ‘vermaert Stadthuys van Amsterdam’. De beeldhouwer was dan weliswaar overleden, met het 8e wereldwonder in Amsterdam was zijn naam voorgoed onsterfelijk gemaakt.